Aandacht

Uit: R. Soetaert, De Cultuur van het Lezen. NTU.

 Schermafbeelding 2016-04-12 om 16.01.02
Economie van de aandacht
De historische ontwikkeling die economen beschrijven komt neer op de evolutie van een landbouwproductie naar een industriële productie. Op dit moment is echter een nieuwe economie in ontwikkeling, waarvoor vele namen bestaan: een diensteneconomie, een kenniseconomie, een netwerkeconomie, een ervaringseconomie en een entertainment economie. Materiële noden zijn voor vele westerse mensen geen dagelijks probleem meer en dat geldt ook op het niveau van de economie. Dat impliceert dat er een behoefte ontstaat aan iets waaraan een tekort is – een basiskenmerk van het economisch denken – : aandacht en zingeving. Volgens Goldhaber leven we in een attention economy die zich richt op wat betekenis geeft in onze samenleving. De focus is verschoven van het maken van producten naar het creëren van waarden; van het materiële naar het immateriële – uiteraard voor de bevolkingsgroepen die zich deze luxe kunnen veroorloven.
De nieuwe economie richt zich op informatie, communicatie of entertainment, maar ook op materiële zaken die een bepaalde betekenis geven of de aandacht trekken. Consumeren is een vorm van zelfverwezenlijking geworden. De prijs van de dingen wordt bepaald door voorkeuren, want in een consumptiemaatschappij moeten voorkeuren voortdurend veranderen. Het goede nieuws is dat de focus eindelijk ligt op waarden en betekenissen. Het minder goede nieuws is dat de constructie van die zingeving steeds meer in handen komt van de commercie. Alles is het voorwerp geworden van marketing. Kunst en cultuur zijn in de ban van de bezoek-, kijk- en verkoopcijfers. Kwantiteit domineert kwaliteit. Aandacht is op verschillende niveaus een probleem: op de markt beconcurreren verschillende producenten en producten elkaar om de aandacht van consumenten. De verschuiving naar zingeving impliceert immers de behoefte aan een bijzonder soort aandacht, aan reflectie en kritiek – deze waarden gaan verloren bij massaconsumptie. De consumenten hebben tijd tekort om hun aandacht te verdelen. De verschuiving van een industriële naar een informatie- en aandachtseconomie beïnvloedt ons denken over cultuur en onderwijs. Volgens Richard Lanham staat de menselijke verbeelding nu meer dan ooit centraal. Paradoxaal genoeg worden aandacht en verbeelding tegelijkertijd bedreigd, in de strijd tussen een wareneconomie en een waardeneconomie.
De lezer getuigt van heimwee naar ‘minder’, zoals Kees van Kooten in een interview:
‘Het heeft ook met die hele boekenberg te maken.(…)
In zijn overzicht van de problematiek van de moderne uitgever constateert Zaid: ‘Tegenwoordig is het gemakkelijker om schatten te verwerven dan ze de tijd te geven die ze verdienen’.

Schermafbeelding 2016-04-12 om 15.59.16.png

 

 

Ronald Soetaert, Intermezzo. Uit: het Bamford Rapport.

De grens tussen hoge en lage cultuur vervaagde, of werd geproblematiseerd waardoor de zekerheden van wat nu precies waard is om (aan)geleerd te worden voort- durend onderwerp van debat werden. Kunst op school werd een mijnenveld van vragen. Wiens kunst? Literatuur en geen film en televisie? Theater en geen computergames? Schilderijen maar geen foto’s en video’s? En dienen koken en mode ook niet geprezen te worden als kunstvormen? Ze kregen immers wel een cultuurprijs. Welke kunsten en gen- res zullen we behandelen in het onderwijs? We leven in een aandachtseconomie waarin schaarste voor mensen-als-wij vooral tijd is. Iedereen kan vaststellen dat hij/zij amper kan kiezen uit het enorme aanbod. Gaat u naar de film dan mist u het theater. Leest u boeken dan volgt u het ballet niet. Bezoekt u musea dan missen we u in de concertzalen. Voor elke kunstvorm is wel een Stichting die de cultuur- consument een chronisch schuldgevoel aanpraat. Zelfs als u als een bezetene aan al deze kunstvormen participeert dan kan u de vraag verwachten of u de digitale ontwikkelingen wel volgt: wat weet u van computergames? Trouwens hebt u wel oog over voor de globalisering? De multiculturele en inter- culturele perspectieven? Zo ja, overdrijft u dan niet een beetje? Wat met de cultuur van de streek waarin u zelf leeft? Het jongste bericht dat mij bereikte was een aanmaning om een Vlaamse literaire canon voor het onderwijs samen te stellen. Leerlingen moeten toch historische kennis hebben van de eigen cultuur? Akkoord? Maar overdrijft u niet met die inhouden? Moeten leerlingen niet meer aan het woord komen? Moet u niet wat meer leerlinggericht werken? Naast de officiële cultuur dienen ook subculturen aan bod te komen: van gothic tot rap, van blogs tot youtube. OK. Maar vergeet ook het erfgoed niet. Trouwens ik heb het hier alleen over het ‘passieve’ beleven van kunst, en niet over het ‘actieve’ participeren. Waarom laten we leerlingen geen verhalen of gedichten schrijven, muziek, theater, film maken, en – de laatste oproep – computergames creëren? Elke leraar (en ook elke cultuurconsument) weet wat ik bedoel: er is zoveel, er zijn zoveel perspectieven… Wat u ook doet, u mist iets of u wordt ergens gemist. En steeds weer staat men klaar om dat te meten. Hoeveel mensen participeren? Wat zijn de effecten? Maar kan men de effecten van onderwijs wel meten? Zijn de ervaringen met kunst wel in afvinkbare doelstellingen te vertalen? Zijn basiscompetenties dan niet belangrijk hoor ik de lezers denken. Tja, enerzijds, anderzijds.

Advertenties